Van onderop het recht op de stad claimen

Wat betekent gentrificatie voor de oorspronkelijke bewoners?

Sociale wetenschappers hebben bibliotheken volgeschreven over gentrificatie, het proces waarbij een buurt verandert op zo’n manier dat de bewoners met lage inkomens langzaamaan vervangen worden door bewoners met hogere inkomens.

Veruit het grootste deel van het gentrificatie-onderzoek gaat over oorzaken en gevolgen. De negatieve effecten van gentrificatie voor de oorspronkelijke bewoners zijn tot in den treuren beschreven. Wat gentrificatie betekent voor bewoners is: gedwongen verhuizing, verdringing, het verlies van sociale netwerken, het verlies van een thuis.

Maar waar ik nu de aandacht op wil vestigen is: verzet tegen gentrificatie. Gek genoeg werd er door sociale wetenschappers tot voor kort heel weinig geschreven over verzet tegen gentrificatie.

De term gentrificatie is voor het eerst gebruikt door Ruth Glass, een Britse socioloog, in 1964, of misschien al 5 jaar ervoor, de archieven zijn hierover niet duidelijk. Hoewel Ruth Glass ook gelijk kritiek leverde op de gentrificatie van een Londense buurt, zei ze helaas niets over het verzet tegen gentrificatie van bewoners zelf.

Rond die tijd, in de jaren 50-60, aan de andere kant van de oceaan, was ook Jane Jacobs actief, een Amerikaans-Canadese journaliste die activiste werd. Jacobs werd onder breder publiek bekend met haar boek The Death and Life of Great American Cities. Het is een van de meest invloedrijke boeken voor stedelijke planning. Gegarandeerd dat alle Rotterdamse stedelijke beleidsmakers van Jacobs hebben gehoord, sommigen zullen haar zelfs hun inspiratiebron noemen.

Jane Jacobs verzette zich tegen de stedelijke vernieuwingsdrift in grote steden in de VS, die hele wijken met sociale woningbouw wegvaagde en geen rekening hield met de behoeften van stadsbewoners.

Al zolang er gentrificatie is, is er verzet. De bewoners van de Tweebosbuurt zijn niet alleen: er is verzet in Amerikaanse steden zoals New York City en San Francisco, in Groot-Brittannië, Duitsland, Australië en Canada. Maar ook in Zuid-Afrika, Venezuela, Puerto Rico, Mexico, Turkije, China, om maar een paar landen te noemen.

Een van de gentrificatie-onderzoekers die het onderzoek naar verzet op de kaart zette is de Britse sociaalgeograaf Loretta Lees. Terugkijkend op jarenlang onderzoek naar verzet tegen gentrificatie constateert ze:

verzet is niet altijd een oproep tot aanval of bestorming van de barricades. Vaker is het kleinschalig, op goed geluk en eenvoudigweg het benutten van overlevingsvermogen. Soms leidt het tot collectief organiseren, maar in anderen gevallen niet. Sommige van hun acties zijn zichtbaar, sommige onzichtbaar.

Sinds we Recht op de stad hebben opgericht, afgelopen januari, ben ik veel meer te weten gekomen over de manieren waarop de bewoners uit de Tweebosbuurt zich verzetten. Een deel van hun verzet is zichtbaar in de media. Maar ik weet nu ook dat een veel groter deel van hun verzet onzichtbaar is.

Mustapha geeft daar in zijn interview een inkijkje in, dat hij soms 18, 19 uur per dag achter zijn laptop zat, in de weer met volkshuisvesting. Documenten doorspitten, de advocaat helpen met het schrijven van stukken, lezen van rapporten, de organisaties op het gebied van wonen leren kennen, uitspraken van de minister volgen. En ik weet inmiddels dat de Mustapha en andere bewoners nog veel meer onzichtbaar verzet plegen. En of ze nu wilden of niet, experts op het gebied van volkshuisvesting zijn geworden.

Verzet tegen gentrificatie vereist dat bewoners op drie, vier of vijf schaakborden tegelijk aan het schaken zijn. Want verzet is niet alleen het proberen te beïnvloeden van beleid en plannen voor de buurt, door inspraak of door het voeren van rechtszaken. Verzet is ook dat je als bewoners steeds weer vraagtekens zet bij het dominante verhaal over je buurt, je huis en je thuis. Dat je steeds weer moet weerspreken dat er is mis is met de buurt, de bewoners, jouw thuis. Steeds weer vraagtekens zetten bij de vermeende noodzaak om jouw buurt te herstructureren en de noodzaak om te gentrificeren in het algemeen te problematiseren. Om continue de dominante verhalen waar je je tegen verzet te problematiseren en tegen te spreken. Dit alles zien we ook de Tweebossers doen, en de Wielewaalers en de anderen, en nu ook in collectief verband met Recht op de stad.

Maar ook alternatieven schetsen is iets dat bewoners in verzet doen: Hoe kan het anders? En we weten dat de Tweebossers en andere bewoners uit andere buurten zoals de Wielewaal, Patrimonium’s hof, het HKT-blok en anderen daar antwoord op kunnen geven. Zie bijvoorbeeld de Wielewaalers met hun coöperatieve plan, die daarmee tegelijk voor een plek coöperatieve woonvormen in de stad strijden. Bewoners in verzet weten hoe het anders kan, hoe het eerlijker kan.

Volgens Susan Fainstein, een Amerikaanse stedenbouwkundige die het boek The Just City schreef, zijn er drie voorwaarden voor een eerlijke stad: rechtvaardigheid, democratie en diversiteit, waarbij rechtvaardigheid het belangrijkst is. Hoe we daar komen, is volgens haar niet alleen een kwestie van goed stedelijk beleid maar evengoed van sociale bewegingen van onderop. Een rechtvaardige stad kan alleen bereikt worden als van onderop het recht op de stad wordt geclaimd.

Het ondergaan van gentrificatie veroorzaakt veel leed. Maar laten we niet vergeten, en het zelfs luid verkondigen: bewoners die zich verzetten tegen gentrificatie dragen met hun verzet bij aan een eerlijkere stad.

Deze tekst sprak ik uit tijdens de opening van de foto-expositie Wonen in Blessuretijd – Verhalen uit Zuid van fotograaf Joke Schot en publicist Roland Huguenin op 16 juni 2021.